Bekijk de ruimte als organisator: waar kan de groep bewegen, waar stopt het veld en waar komt iedereen samen?
Beoordeel de concrete omgeving.
Let op ondergrond, obstakels, doorgangen en aangrenzende ruimtes. Houd verkeer en niet-deelnemers buiten de spelzone. Vraag toestemming voor de plek en respecteer de regels van de eigenaar.
Bespreek omstandigheden die invloed hebben op gebruik. Bij veranderingen in weer of terrein moet de voorbereiding opnieuw worden bekeken.
Organiseer uitleg en toezicht.
Een aanspreekpunt verzamelt de groep en zorgt dat alle deelnemers dezelfde instructie krijgen. Geef materiaal pas een plek in het spel nadat werking en afspraken zijn begrepen.
Voor minderjarigen moeten verantwoordelijke volwassenen de organisatie en het toezicht afstemmen. Deel in een eerste verzoek alleen aantallen en leeftijdsgroepen.
Grenzen
Duidelijk aangeven waar het spel wel en niet plaatsvindt.
Maak de grens begrijpelijk met herkenbare plekken op het terrein. Leg uit welke zone niet bij het spel hoort en waar spelers wachten. Gebruik geen gebied waar andere bezoekers onbedoeld onderdeel van de ronde worden.
Onderbreking
Een herkenbaar stopteken en verzamelpunt afspreken.
Spreek één herkenbaar signaal af voor stoppen en leg uit wat iedereen dan doet. Denk ook aan een deelnemer die hulp nodig heeft of even wil rusten. Een onderbreking moet eenvoudiger zijn dan het spel zelf.
Materiaal
Set en gebruiksaanwijzingen vóór de ronde controleren.
Bekijk vooraf hoe deelnemers materiaal ontvangen, herkennen en weer terugleggen. Controleer de bedoelde onderdelen samen met de uitleg van de set. Maak geen eigen technische aanpassingen om een ander spelidee mogelijk te maken.
Bereid ook het einde van de speeldag voor.
Verzamel onderdelen op een afgesproken plek en houd de set herkenbaar. Controleer het overzicht en de aanwijzingen voor opruimen en terugbrengen.
Een verandering in groepsgrootte of locatie moet tijdig worden doorgegeven, omdat die de samenstelling en voorbereiding kan beïnvloeden.